Pauw is weer terug op 4 september!

Het gaat bijzonder slecht met de Nederlandse biodiversiteit

Het gaat bijzonder slecht met de Nederlandse biodiversiteit

Klimaatverandering, chemische bestrijdingsmiddelen en een krimpend leefgebied maakt het leven van de bij zuur. Om die reden hebben de Belgen zelfs een Federaal Bijenplan 2017-2019 opgesteld om het tij te keren. Daarin wordt de stand van zaken van bestuivers (zowel wilde- als honingbijen - maar bijvoorbeeld ook hommels, zweefvliegen en vlinders) beschreven. 

Deze stand van zaken is allerminst positief te noemen. Het is al langer bekend dat het niet goed gaat met onze plantenbestuivers. Hoewel er dit jaar sprake is van een stijging van het aantal korven, moet worden vastgesteld dat het aantal bijen daalt in een aantal regio's, waaronder in Noordwest Europa en dus ook Nederland en België. En dat kan rampzalig zijn voor de sowieso al niet erg rooskleurige biodiversiteit in ons kikkerland.

Bestuivers

Bestuivers, zowel wilde als gedomesticeerde, geven onze landschappen vorm en zijn een pijler van onze ecosystemen en van onze biodiversiteit. Bijen leveren een essentiële bijdrage aan de kwaliteit en de stabiliteit van onze voeding, en dus aan onze gezondheid. Ze zijn niet alleen het symbool van een natuurlijk evenwicht, maar blijven ook een sleutelrol spelen in onze maatschappij. Honingbijen nemen daarbij een bijzondere plaats in, door de nauwe band die de mens heeft onderhouden met deze fascinerende insecten, en de imkers zorgen ervoor dat die band met ons verleden behouden blijft.

Maar doordat er steeds vaker chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt om gewassen te beschermen (en ook kippen, om maar eens een voorbeeld te noemen) sterven veel bijen. De dieren sterven aan de gevolgen van insecticiden die agrariërs op hun gewassen spuiten. De bijen kunnen daar niet tegen en sterven. Willen we de bijen beschermen, dan moet het gebruik van insecticiden aan banden worden gelegd.

Leefgebied en klimaat

Behalve de verspreiding van chemische middelen is een krimpend leefgebied ook debet aan de dalende hoeveelheid bestuivers. Johan van de Gronden, toenmalig directeur van het Wereld Natuurfonds, zei in 2014 al dat Nederland ‘kampioen biodiversiteitsverlies in Europa’ is. Dat klopt grotendeels wel. Een groot deel van het Nederlands landoppervlak wordt gebruikt voor de landbouw. Volgens het CBS ligt dit percentage zelfs op 67 procent. Juist in die landbouwgebieden staat het er slecht voor met de biodiversiteit. Als je nu naar het Groene Hart kijkt, zie je weilanden. 

Slechts een klein deel van Nederland bestaat uit natuur- en bosgebied, namelijk 14 procent. Daarmee scoort Nederland op de lijst van Europese landen de op één na laagste plek. Alleen Duitsland doet het slechter. 

Ook klimaatverandering draagt bij aan de teloorgang van de plantenbestuivers. Relatief natte zomers, zoals de huidige, zijn funest voor vliesvleugelige insceten, zoals bijen en wespen. Door vallende regendruppels vinden werksters de weg naar de korf niet meer terug, waardoor hun larven verhongeren. Dankzij hoosbuien stromen regentonnen over, waarin muggen hun eitjes leggen, waardoor deze verloren gaan. Daardoor zijn er minder muggen, maar ook minder wespen, want die voeden hun larven weer met muggen.

Biodiversiteit

Hoewel er wordt geïnvesteerd in beschermde natuurgebieden en de achteruitgang lijkt te worden geremd, is de resterende biodiversiteit in Nederland veel lager dan in de meeste andere Europese lidstaten. Ook zijn er nog maar weinig bos- en natuurgebieden over. Dat is allemaal zeer ongunstig voor de insecten die onze planten moeten bestuiven. Daardoor dreigen we steeds meer plantensoorten te verliezen, die weer voedsel zijn voor dieren, die weer voedsel zijn voor.. welja, je begrijpt het. 

Meer nieuws & achtergronden bij Pauw.

 

 

Recent in: WETENSCHAP